De aankondiging van het vertrek van wethouder Koen Schuiling van economische en sociale zaken in Groningen kwam voor velen vorige week als een complete verrassing. In een toelichting op zijn aankondiging om zich niet herkiesbaar te stellen liet de liberaal weten nu na acht jaar te vertrekken omdat “gehechtheid aan het pluche niet bevordelijk is voor het aanzien van het ambt”. Bij deze visie vallen echter wel een paar kanttekeningen te maken.
De eerste is dat de opmerking van wethouder Schuiling inhoudt dat eigenlijk niemand langer dan acht jaar wethouder zou kunnen zijn in Nederland. Maar dat is toch wel wat kort door de bocht. Want het vak van wethouder is tegenwoordig zo ingewikkeld dat het jaren duurt voordat een nieuwe wethouder een beetje is ingewerkt. Eigenlijk kan men de eerste vier jaar haast wel beschouwen als een periode om de dossiers goed in de vingers te krijgen. Pas in een tweede periode kan iemand zo goed zijn ingevoerd dat hij de fijne kneepjes van het vak kent, en daar echt de vruchten van kan gaan plukken. Om dan meteen na vier jaar al weer te vertrekken, dat is wel een beetje zonde van de investering in kennis, ervaring en contacten.
Ook voor de gemeente kan het nadelig zijn wanneer telkens nieuwe politici moeten worden ingewerkt: wanneer zij als groentje aan de onderhandelingstafel verschijnen met door de wol geverfde en gewiekste onderhandelaars uit het bedrijfsleven, dan kan dat nadelig uit pakken.
Dus, het pleidooi van wethouder Schuiling voor vers bloed kan enerzijds wel verfrissend zijn, maar als dat impliceert dat geen enkele wethouder eigenlijk langer dan acht jaar zou moeten zitten, dan is dat wat te kort. Kijk naar wat bijvoorbeeld oud wethouder Gietema in zijn laatste periode nog allemaal heeft kunnen doen voor het Groninger Museum. En wethouder Smink is er door lang aanhouden in geslaagd het referendum over de Grote Markt te winnen. Voor hem is het nu, na twaalf jaar, inderdaad verstandig om anderen met frisse ideeën het roer over te laten nemen.
Maar helemaal los van de termijn: het vertrek van Schuiling is jammer voor Groningen. Hij was in 1998 de eerste VVDer die na 25 jaar wethouder in Groningen werd. Of het met zijn liberale gedachtengoed te maken heeft is niet te zeggen, maar feit is dat Schuiling heeft gezorgd door uitstekende contacten met het bedrijfsleven. Koen Schuiling slaagde er uitstekend in om goodwill te kweken bij het bedrijfsleven. Dat gaat hem beter af dan bijvoorbeeld burgemeester Wallage, die er niet de man naar is om te netwerken op recepties. Wallage is meer de beschouwer die vooral tot zijn recht komt bij grote maatschappelijke ontwikkelingen en debatten.
Het is dus te hopen dat , mocht de VVD in het college blijven, die partij iemand kan vinden met de zelfde aimabele eigenschappen en uitstraling als Koen Schuiling. Dat zal zeker niet eenvoudig worden.
Hans de Preter