De fractievoorzitter van de VVD in de Groningse gemeenteraad, Remco Kouwenhoven, heeft deze week een op het eerste gezicht zeer sympathiek betoog gehouden om winkeliers in de binnenstad iets meer vrijheid te geven. Maar aan zijn op het oog wat liberaal-klinkende betoog kleven grote risico’s
Hans de Preter
Kouwenhoven vindt namelijk dat de gemeente Groningen in haar ijver om te komen tot een nettere binnenstad, de regels voor middenstanders veel te strak hanteert. De VVD-fractievoorzitter vindt dat de gemeente de winkeliers niet al te zeer moet betuttelen door op rigide wijze uitstallingen van winkeliers op trottoirs te verbieden.
Een voorbeeld van deze gemeentelijke ijver is een reusachtige Groningse kraantjespot van ondernemer Woldringh die in de ogen van de gemeente steeds te ver op de stoep heeft gestaan. Deze koffiekan was echter ook een van de attracties in de binnenstad waar toeristen met open mond bij stil bleven staan. Maar volgens de gemeentelijke regelgeving mag de enorme kraantjespot niet te ver op straat staan: anders wordt het een rotzooitje en ratjetoe aan uitstallingen. Een en ander leidde tot een langdurig conflict tussen gemeente en ondernemer Woldringh. De kraantjespot staat nu in een andere straat.
Kouwenhoven geeft in het blad Liberaal Vizier zelf het voorbeeld van de riksja die voor een vrolijk straatbeeld zorgt in de Folkingestraat, maar die daarmee wel de gemeentelijke regels overtreedt. De riksja moest ook verwijderd worden. En zo zijn er meer voorbeelden te geven.
De liberaal Kouwenhoven vindt dat de gemeente in haar beleid doorschiet. ‘De VVD-fractie staat achter de gedachte dat er een zekere ordening nodig is in de binnenstad. Wij zijn er ook voorstander van dat wordt voorkomen dat de stad geblokkeerd wordt door allerhande uitstallingen. Maar wij vragen ons wel af of het wel altijd nodig is dat de gemeente zo streng optreedt’, aldus Kouwenhoven. Hij stelt dat veel conflicten over uitstralingen voorkomen kunnen worden door een goede communicatie tussen winkeliers en gemeente.
Tot zover is er geen speld tussen te krijgen wat betreft de argumentatie van de VVD fractievoorzitter. Maar deze rondt zijn betoog af met de volgende passages: ‘Met zorgvuldige contacten tussen gemeente en winkeliers kan in veel gevallen voorkomen worden dat bekeuringen worden uitgedeeld. En als het aan de VVD ligt wordt er af en toe eens een oogje dichtgeknepen’.
Dit laatste nu gaat ons twee bruggen te ver. De gemeente kan het natuurlijk niet maken om af en toe een oogje dicht te knijpen. Dat zou betekenen dat in het ene geval wel, en in het andere geen overtreding van de uitstallingsvoorschriften geaccepteerd kan worden.
Kouwenhoven, normaal een zeer bedachtzaam fractievoorzitter, moet zich hier versproken of verschreven hebben. Want het toeknijpen van oogjes door de overheid is geen voorbeeld van liberaal zuiver denken, zo komt het ons voor.
De VVD, die in het college van B en W is vertegenwoordigd, zou er beter aan doen om te trachten regels te veranderen, als zij het met die regels niet eens is. Maar, verzucht Kouwenhoven, ‘ de meerderheid in de gemeenteraad is nu eenmaal voorstander van die strakke regels. Daar kunnen wij als enige fractie dan weinig aan veranderen’. Dat laatste is maar net de vraag: dat is een kwestie van onderhandelen met de mede collegepartijen.
