Op de valreep van zijn vertrek naar Amsterdam heeft de Groningse Hoofdcommissaris Bernard Welten voor forse opschudding gezorgd door in een interview met het Dagblad van het Noorden de hoogste baas van justitie te knippen, te scheren en met een lolly in de mond huiswaarts te sturen.
In een interview met het Dagblad van het Noorden van afgelopen zaterdag uitte Welten stevige kritiek op voorzitter L.J. de Wijkerslooth van het college van procureurs-generaal.
Welten vindt dat criminaliteit het beste bestreden kan worden door het de crimineel zo lastig te maken dat deze nauwelijks nog in staat is misdrijven te plegen. ‘Tegenhouden’, zo noemt Welten deze aanpak van de criminaliteit, waarbij de crimineel hinderlijk wordt gevolgd en waarbij hij voortdurend te weten krijgt dat hij bij de politie in beeld is. Maar voorzitter De Wijkerslooth liet onlangs in het personeelsblad van het openbaar ministerie weten een dergelijke aanpak van de criminaliteit niet toe te staan.
Volgens Welten bagatelliseert De Wijkerslooth daarmee de criminaliteit. ‘ Ik snap zo’n man niet. Als ik De Wijkerslooth hoor praten gaat bij mij even het licht uit. Als het aan hem ligt blijven we achter boeven aanrennen. Maak het potverdorie veiliger, denk ik dan, en bedenk niet alleen dat er meer politie moet komen’, zo zei hij in het afscheidsinterview.
Deze uitspraak belandde vervolgens in tal van Nederlandse kranten, en dat leidde er toe dat Welten op het matje werd geroepen bij De Wijkerslooth. Na een stevig gesprek schudden beide heren elkaar de hand en leek de kwestie uit de wereld.
Maar in Het Parool van gisteren deed de Hoofdcommissaris van Amsterdam het allemaal nog eens dunnetjes – wat heet – over, en kreeg de arme De Wijkerslooth er opnieuw van langs. Deze keer belandde De Wijkerslooth op de grill en werd hij verbaal geroosterd.
Inhoudelijk gezien lijken Welten en Hoofdcommissaris Kuipers van Amsterdam groot gelijk te hebben: de criminaliteit, en zeker de georganiseerde criminaliteit in Amsterdam, is zo sterk dat je daar onconventionele en vooral creatieve methoden voor moet gaan gebruiken. Amsterdam mag zich dan ook gelukkig prijzen dat het een hoofdcommissaris krijgt die daarin creatief genoeg lijkt.
Maar een andere zaak is of het wel kan dat Welten en Kuipers hun kritiek op justitie aldus naar voren hadden moeten brengen. Het antwoord moet luiden: eigenlijk niet. Want het politiebeleid in Nederland hoort bepaald te worden door de politiek en mede dus door de minister van justitie. Het kan niet zo zijn dat ambtenaren, hoe hoog ook, via de media tegen elkaar ten strijde trekken en dat er publiekelijk een machtsstrijd tussen politie en justitie wordt uitgevoerd. De uitspraak van Welten was ook beslist geen slip-of-the tongue: daarvoor is Welten veel te strategisch. Welten kent zijn klassiekers, als politicoloog heeft hij ongetwijfeld Machiavelli gelezen. Hij kan er dus beslist niet van hebben opgekeken dat zijn uitspraak landelijk is overgenomen en voor commotie heeft gezorgd. Met zijn uitspraak in het Dagblad heeft Welten bovendien meteen zijn visitekaartje als nieuwe Hoofdcommissaris van Amsterdam afgegeven.
Voor Groningen betekent het vertrek van Welten ondertussen een enorm verlies. De periode van de Oosterpark-rellen en de nasleep daarvan heeft voor eens en altijd aangetoond hoe belangrijk het is dat er bij de top van justitie en politie, evenals in het Stadhuis, krachtige bestuurders zitten. Welten is de beste Hoofdcommissaris geweest die Groningen de afgelopen decennia gehad heeft. Het is een beetje een troost dat er in de top van de Groningse politie nieuw talent is opgedoken, waaronder mensen uit de Amsterdamse school die niet op hun mondje zijn gevallen.
Het is voor Groningen te hopen dat burgemeester Wallage er straks in slaagt om opnieuw zo’n persoonlijkheid als Welten aan te trekken, ook al zullen die nauwelijks te vinden zijn. Even heel goed zoeken, dus.
Hans de Preter