Steeds meer bezoekers aan de binnenstad van Groningen komen per auto, zo bleek deze week uit een onderzoek in opdracht van de gemeente Groningen. Al bijna dertig jaar voert Groningen een beleid om het autobezoek aan de binnenstad af te remmen. Maar de werkelijkheid leert dat de consument ook in Groningen toch blijft kiezen voor de meest gemakkelijke vorm van vervoer.
Dat wil beslist niet zeggen dat het stad-Groningse verkeersbeleid van de afgelopen decennia is mislukt. Integendeel: in Groningen is bijzonder veel van de historische binnenstad behouden gebleven juist dankzij tal van anti-auto maatregelen. Bovendien zijn er met de City Bus, de overige bussen en de vele mogelijkheden voor de fiets veel milieuvriendelijke alternatieven voor de auto gerealiseerd. De binnenstad van Groningen ligt er nu piekfijn bij. Nu de bezoekers nog.
Dat veel consumenten die graag in Groningen hun inkopen willen doen het liefst per auto komen blijkt ook uit het enorme succes van de parkeergarage onder de Westerhaven. Die blijkt als een magneet te werken op de consument uit een wijde regio, en dat is in hoge mate te danken aan de nieuwe parkeergarage er onder. Deze parkeergarage was de prijs die Groningen wenste te betalen om te voorkomen dat grote winkelketens hun winkels zouden ontwikkelen ver buiten de binnenstad. Dat is nu voorkomen.
De vraag die als een enorme schaduw boven de stad-Groningse gemeentepolitiek hangt is of er nabij de Grote Markt een parkeergarage moet komen, ja of nee. Een meerderheid van de Groningse bevolking oordeelde in 2001 dat er althans direct onder de Grote Markt geen parkeergarage zou moeten komen, ook uit vrees dat tijdens de graafwerkzaamheden de Martinitoren zou omkieperen.
Een parkeergarage direct onder de Grote Markt is daarmee voor altijd uitgesloten. Maar dat betekent niet dat er in de nabijheid van de Grote Markt geen parkeergarage zou kunnen komen.
Voor een verdere ontwikkeling van de oostwand van de Grote Markt lijkt het zelfs bitter noodzakelijk om er ook een ruime parkeergelegenheid te realiseren. Immers, het succes van de parkeergarage onder de Westerhaven toont aan hoe graag mensen nu eenmaal hun auto parkeren bij een groot winkelcentrum.
En een opknapbeurt van de Grote Markt, waarvan de oost- en noordzijde de uitstraling hebben van een armzalig Oost-Duits winkelcentrum uit 1956, lukt alleen met steun van particuliere investeerders. Zij zullen uitsluitend willen investeren wanneer ze zeker zijn dat de consument de te bouwen winkels per auto ook kan bereiken.
Dat er nabij de Grote Markt meer parkeerruimte moet komen, is een gezichspunt dat inmiddels ook wordt gedeeld door de PvdA. Want afdelingsvoorzitter Wim Wildeboer liet deze week weten dat een grote parkeergarage in het centrum bespreekbaar is, wanneer er althans elders nabij het centrum dan evenzoveel parkeerplaatsen worden weggehaald. Toch blijft dat een wel wat karige en zuinige visie, waarbij alle parkeerplaatsen op een weegschaaltje worden gelegd, in plaats van dat wordt gekeken naar de totale behoefte.
Ook GroenLinks moet nog steeds niets hebben van een al te forse parkeergarage in de directe nabijheid van de Grote Markt. De partij vreest, zo betoogde Drewes de Haan nog weer, dat de binnenstad straks alsnog kapot gaat aan smog en autoverkeer.
Die angst lijkt overdreven. Want het moet toch mogelijk zijn om meer auto's nabij het centrum te krijgen, zonder dat de binnenstad dichtslibt? Dat is in een oude binnenstad als Maastricht met een parkeergarage onder het Vrijthof ook prima gelukt.
Misschien verdient het aanbeveling eens serieus te kijken naar de bouw van een parkeergarage onder de Diepenring. Begin jaren negentig werden er door Rottinghuis' Aannemingsbedrijf plannen gemaakt voor zo’n parkeergarage onder het water, pal tegenover de Stadsschouwburg. Deze oude plannen raakten deze week weer in de publiciteit, dankzij de Groningse architect Bram Dekker die zelf ook plannen voor zo’n garage heeft bedacht.
Zo’n garage onder het water van de Diepenring zou wel een het Ei van Columbus kunnen zijn om de patsteling die in de Groningse gemeentepolitiek is ontstaan te doorbreken. Wanneer onder de stadsgrachten zo’n garage gerealiseerd kan worden, met minimaal achthonderd plaatsen en een uitgang nabij de Grote Markt, zou dat een grote impuls voor de binnenstad kunnen opleveren. De Raad zou zeer zorgvuldig naar dat alternatief moeten kijken. Want er moet nu eindelijk eens voortgang worden geboekt bij de plannen voor de opknapbeurt van de Grote Markt. De tijd tikt verder.
Hans de Preter