Burgemeester Wallage heeft vorige week met een kus op het hoofd van het Peerd van Ome Loeks de terugkeer van dit beroemdste beeld van Groningen op het Hoofdstation bezegeld. Wallage was duidelijk opgetogen over de terugkeer van Groningens beeldmerk nummer één. Het beeld zorgt voor een ouderwets contrapunt op het nu overheersend hypermoderne Stationsplein.
Dat plein is een nieuwe parel geworden aan de ketting vol architectonische hoogstandjes die nu al sinds de jaren tachtig in Groningen wordt geregen. Net als een stad als Maastricht werkt Groningen omzichtig aan de komst van hoogwaardige architectuur. Al kiest Maastricht dan meer voor klassiek moderne architectuur, en zijn de Groningers wat gewaagder.
De komst van zoveel waardevolle architectuur is een bewuste keuze van de Groninger gemeenteraad geweest en van de wethouders, die daarbij werden gesteund door gedreven ambtenaren van de dienst RO/EZ. De wethouders, Gietema en Smink vooral, inspireerden hen, maar anderzijds kregen de wethouders ook veel suggesties en ideeën uit het ambtelijk apparaat, waardoor er sprake was van een vruchtbare wisselwerking tussen politiek en ambtenarij waar Groningen op architectonisch gebied beter van is geworden. Dat is een gegeven dat ook wel eens opgemerkt kan worden omdat de ambtenaren de laatste maanden nogal onder vuur zijn komen te liggen. Niet altijd terecht, want voor het beleid hoort men de politici aan te spreken: zij zijn verantwoordelijk voor hun ambtenaren.
De kus van Wallage markeert het eind van een groot project: de opknapbeurt van het Stationsplein, waar meer dan tien jaar voorbereiding aan vooraf is gegaan. Groningen heeft de handen nu vrij en kan aan de slag met een volgend, nog veel groter project: het Groninger Forum. Een nieuwe generatie wethouders kan de Groningse traditie van uitdagende architectuur, elan en creativiteit nu gaan voortzetten. Ze zullen hopelijk beschikken over dezelfde passie en vooral inventiviteit.
Er zijn voor dat Groninger Forum namelijk nog ongekend veel problemen te overwinnen. Zo is de financiering nog niet rond en is het ook nog steeds de vraag of de invulling van dat Forum uiteindelijk wel voldoende bezoekers naar deze zijde van de Grote Markt lokt.
Wat de invulling van dat Forum betreft vrezen wij dat het allemaal nog te mager is. Volgens de plannen komt er een Openbare Bibliotheek in dat Forum, ook een onderdeel van de Groninger Archieven en van de historische collectie van het Groninger Museum. Daaromheen worden dan een soort thematische tentoonstellingen georganiseerd. Mooi. Maar onvoldoende om er een waanzinnige trekpleister van te maken. Wie komt daarvoor nu vanuit Deventer naar Groningen kijken?
Misschien wordt het tijd om er toch eens over na te denken om er – naast genoemde projecten – ook een commerciële invulling aan te geven. Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan een zaak als De Bijenkorf, of het kledingconcern Zara. Door ook ruimte te scheppen voor dergelijke commerciële trekpleisters geef je letterlijk een gezondere, economische basis aan het project.
Het zou een verkeerd dogma zijn om te menen dat commercie niet een mededrager zou mogen zijn van het Groninger Forum omdat dit gebouw een ‘publieke invulling’ zou moeten krijgen. Een groot, aantrekkelijk bedrijf in het Groninger Forum vergroot echter de kans dat er voldoende bezoekers komen om de investering rendabel te krijgen en om het risico van deze gewaagde architectuur te nemen.
Het verdient dus aanbeveling dat Groningen de lijn van de publiek-private samenwerking, die onder meer heeft geleid tot de titel “Beste Binnenstad van Nederland’’, maar weer eens energiek oppakt. Het Groninger Forum mag er zeker komen, maar het kan geen reus op lemen voeten worden. Die kunnen omvallen.