Het onderzoek naar de informatievoorziening door de dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken is van fundamenteel belang voor de Groningse democratie. Het zal namelijk antwoord moeten geven op de vraag of ambtenaren te laks waren met het verstrekken van informatie aan de gemeenteraad over een kredietoverschrijding van 17 miljoen. Maar het zou ook kunnen zijn dat uit het onderzoek blijkt dat niet de ambtenaren te traag waren, maar dat de politiek heeft zitten slapen en te laks reageerde. In beide gevallen gaat het om bedreigingen voor de lokale democratie.
Hans de Preter
Dat er een uitvoerig onderzoek komt naar de dienst ruimtelijke ordening en economische zaken werd gisteren bekend gemaakt door burgemeester Wallage namens B en W en David de Jong (raadslid voor de ChristenUnie) namens de gemeenteraad.
Volgens burgemeester Wallage gaat het er beslist niet om dat er wordt getwijfeld aan de integriteit van de gemeentelijk dienst. En ook niet aan de deskundigheid van deze dienst, die volgens hem tot de beste van ons land behoort.
Maar wel willen B en W en gemeenteraad nu haarscherp weten of de haperende informatievoorziening aan de gemeenteraad een toevallig incident is geweest, of dat er misschien iets mis is met de ambtelijke cultuur of de organisatie binnen deze dienst. In dat laatste geval is het noodzakelijk dat er wat verandert, want iedereen in Groningen – ambtenaren incluis – zal vinden dat de politiek hier de baas hoort te zijn, en dat er hier geen vierde macht kan ontstaan, die de politiek alleen nog maar voor voldongen feiten stelt.
Toch is het goed dat de drie externe deskundigen ook gaan kijken naar de rol van de Groningse politici zelf. Het zou namelijk kunnen zijn dat raadsleden of wethouders zelf te laat hebben gereageerd op signalen vanuit het ambtelijk apparaat dat er sprake was van kredietoverschrijdingen bij het Europapark. In dat geval gaat het niet aan de schuld af te schuiven op ambtenaren en moet de politiek de hand in eigen boezem steken.
Daarom is het voor iedereen goed dat er een onderzoek komt niet alleen naar de informatievoorziening door de gemeentelijke dienst en naar het functioneren van die dienst, maar dat ook gekeken wordt naar de rol van de Groningse politiek. Feit is wel dat er in Groningen ongekend veel tot stand is gekomen dankzij de bevlogenheid, gedrevenheid en inzet van veel Groningse ambtenaren. Maar hoe verdienstelijk dat voor Groningen ook is: de politiek hoort de baas te zijn en te blijven in Groningen en dat kan alleen wanneer alle relevantie informatie tijdig bij de gemeenteraad belandt.
Het risico van dit onderzoek is dat veel ambtenaren die zich met passie en gedrevenheid voor een fraaier Groningen hebben ingezet, zich miskend voelen. Ambtenaren kunnen zich bovendien moeilijk verweren tegen kritiek, want politici zijn voor hen verantwoordelijk en moeten in laatste instantie aanspreekbaar zijn.
Maar toch is het goed dat dit onderzoek wordt doorgezet. Ook om haarscherp op het netvlies te krijgen of het mechanisme van “checks and balances” wel voldoende werkt bij zo’n grote, en ook machtige ambtelijke dienst, die zelf ook gecontroleerd moet worden. En verder is het zo dat er hier en daar in Groningen toch klachten zijn gekomen over een arrogante houding van sommige ambtenaren. In het belang van de ambtelijke cultuur in Groningen is het van vitaal belang om uit te zoeken wat daar van waar is, en zo ja, dat er maatregelen worden genomen om dit aan te pakken.