De plannen voor de toekomst van de Grote Markt van Groningen getuigen van
lef van het college van B en W.
Hans de Preter
Met name de motor achter de planontwikkelig
voor de Grote Markt, wethouder W. Smink van ruimtelijke ordening heeft - na
het mislukken van zijn plan voor het Stripmuseum -nu een huzarenstukje
geleverd. Want hoe men ook over de plannen moge denken - en met name over de
parkeergarage zullen de meningen verdeeld zijn- het is de wethouder toch
maar gelukt om een zeer ingrijpend toekomstplan voor de Grote Markt op
tafel te leggen. En om daar binnen het college van B en W brede steun voor
te verwerven. Daarmee heeft Groningen in elk geval een wethouder die zijn
nek durft uit te steken voor wat in zijn ogen een noodzakelijke ingreep is
in de Groningse binnenstad.
Maar niet alleen het feit dat het college blijk geeft van daadkracht en
politieke moed valt te prijzen. Vooral ook vanwege de inhoud verdienen de
door architect Jo Coenen uit Maastricht ontwikkelde plannen lof.
Het zijn namelijk bepaald geen kinderachtige plannen. Het lijkt er op alsof
de architect de eenmalige, historische kans die er nu is om de binnenstad
een beste opknapbeurt te geven, met beide handen en veel intelligentie,
kennis en ervaring aanpakt. Daarbij is vooral zijn plan voor een
ondergronds plein, voorzien van veel licht, en geinspireerd door het Louvre
in Parijs, indrukwekkend.
Voor politiek Groningen is de tijd nog lang niet aangebroken om achterover
te leunen en af te wachten wat de architect en de marktpartijen er nu samen
verder van bakken. Het blijft zaak om uiterst waakzaam te blijven. Want
weliswaar is de gemeente geen opdrachtgever en slechts de partij die de
randvoorwaarden stelt, toch moet de gemeente opletten dat de zaak niet
alsnog verknald wordt.
Niet dat er nu aanleiding is te veronderstellen dat dat gebeurt, maar het
is nu wel zaak om te zorgen voor een juiste architectonische invuilling.
Want formeel zijn alleen de uitgangspunten van het plan nu vastgelegd, het
eigenlijke ontwerp-werk van de architecten moet nog beginnen.
Wat er ook gebeurt: de Grote Markt noordzijde moet vooral ook in
architectonisch opzicht een succes worden. De discussie zal zich de komende
tijd vooral gaan richten op de vraag of er wel of geen parkeergarage moet
komen. Maar minstens zo belangrijk wordt de vraag welke architecten de
plannen van Coenen vorm zullen gaan geven en in welke stijl zij dat gaan
doen. Wordt de verkeerde architect gekozen, dan zitten we over zes jaar
opnieuw met een noordwand die niet voldoet.
Wethouder Smink moet voorlopig zijn feestsigaren nog maar opbergen. De
nieuwe Grote Markt noordzijde staat er nog lang niet en er is alle
aanleiding voor om als een bok bovenop de haverkist te blijven zitten om te
voorkomen dat door een verkeerde architectonische uitwerking het project
toch nog zou mislukken.
Daarmee heeft Groningen in elk geval een wethouder die zijn nek durft uit te steken voor wat in zijn ogen een noodzakelijke ingreep is in de Groningse binnenstad. In zijn ogen dus… Ik ben de mening toegedaan dat een wethouder een verlengstuk is van de bevolking en dáár ook naar handelen moet. Natuurlijk mag en moet je van een wethouder verwachten dat hij/zij initiatieven neemt, maar dat moet dan geen wet van meden en persen zijn, maar tevens een afspiegeling van wat het volk zelf ook wil. Ik persoonlijk hoop maar dat de nieuwe bebouwing overeenkomt met de (mooie) oude stijl van de overige bebouwing en niet wordt mismaakt met “nijmoodse blokkedeuzen!”...