Het lijkt er op alsof de Groningse Commissaris der Koningin Hans Alders en werkgeversvoorzitter Hans Haerkens vorige week de Zuiderzeelijn op het nippertje hebben gered. Maar schijn bedriegt. Want weliswaar is er nu afgesproken dat er een onderzoek komt naar een snelle treinverbinding naar Groningen, maar alle signalen wijzen er op dat de regering zo’n treinverbinding toch niet ziet zitten. En wat doe je als jongetje wanneer je de strijd niet kunt winnen? Dan haal je er een paar grote jongens bij.
Hans de Preter
Dat de kansen niet zijn gekeerd nu er een nieuw onderzoek komt, is beslist geen originele observatie, want ook het Actiecomité 'Hier trekken we de lijn' is er nog lang niet van overtuigd dat er een snelle treinverbinding komt van de Randstad naar het Noorden. Weliswaar heeft de Tweede Kamer een nieuw onderzoek afgedwongen, maar 'het blijft stuitend om te zien welk beeld het kabinet creëert van het Noorden’, aldus campagneleider en werkgeversvoorzitter Hans Haerkens.
Deze argwaan vanuit het Noorden is volkomen terecht. Want wanneer er een onderzoek komt naar de vraag of een hoge snelheidslijn naar Groningen rendabel kan zijn, dan weet je van te voren het antwoord al. Nee, zo’n verbinding is niet rendabel te krijgen, ook niet over toen jaar. Daarvoor is het aantal reizigers naar Groningen en Friesland nu eenmaal te klein, en dat zal voorlopig ook zo blijven.
Om te beoordelen of zo’n hoge snelheidstrein rendabel te krijgen is, moet echter niet gekeken worden naar de verbinding Amsterdam – Groningen, maar Amsterdam – Berlijn. In deze laatste route is Groningen hoogstens een tussenstationnetje. De hoge snelheidstrein naar Groningen moet namelijk onderdeel worden van een compleet Europees systeem van hoge snelheidsverbindingen, die moeten kunnen concurreren met de vliegverbindingen. Dergelijke hoge snelheidslijnen zijn veel beter voor het milieu dan de vervuilende vliegtuigen. Bovendien zorgen ze er voor dat tal van nieuwe Europese regio’s met elkaar in verbinding komen.
Het zou goed zijn wanneer Alders en Haerkens – die op zichzelf nu al een Huzarenstukje hebben geleverd door tenminste nog een onderzoek af te dwingen – er in slagen Duitse collega-bestuurders naar Groningen, of liever nog, naar Nieuwspoort in Den Haag te krijgen.
Alleen wanneer hoge Duitse politici, waaronder burgemeesters, heel duidelijk zichtbaar voor geborneerde Randstedelijke media (NOVA), willen vertellen dat ook zij grote waarde hechten aan zo’n snelle verbinding, bestaat er een kans dat Den Haag de lijn naar Groningen niet als een eindstation beschouwt, maar juist als een nieuwe levensader die ook voor de Randstad van grote betekenis kan zijn.