Het wordt hoog tijd dat de gemeente een duidelijker beeld presenteert van hoe de Grote Markt er uit zou kunnen komen te zien, wanneer de ingrijpende plannen voor een Nieuwe Noordzijde door zouden gaan.
Hans de Preter
Dat de plannen van de gemeente Groningen doorgaan is overigens steeds meer de vraag. Want uit een enquete in het Nieuwsblad van het Noorden bleek afgelopen vrijdag dat de weerstand tegen de plannen lijkt toe te nemen. Althans, de weerstand tegen een parkeergarage. Zei begin november nog ruim 62 procent ‘nee’ tegen de parkeergarage onder de Grote Markt, momenteel bedraagt het percentage tegenstanders bijna 73. En ook de animo om tijdens een referendum tegen te gaan stemmen lijkt toe te nemen. Van de ondervraagden gaf 56 procent aan om te gaan stemmen, terwijl een percentage van zestig procent vereist is. Het begint dus spannend te worden voor de wethouders Smink en Schuiling.
Toch is er voor hen ook wel iets positiefs uit die enquete te melden. Want wanneer de mening wordt gevraagd naar de waardering voor de totale plannen, dus zowel de vernieuwing van de Nieuwe Noordzijde als de parkeergarage, dan is 43 procent van de ondervraagden nog wel voorstander, terwijl 35 procent tegen het totale plan is.
De ondervraagden vinden dus in meerderheid vernieuwing van de Noordwand een goede zaak, en zijn bereid om een parkeergarage waar ze minder gelukkig mee zijn, op de koop toe te nemen.
In plaats van de kop: ‘Weerstand tegen parkeergarage Grote Markt groeit’, had men eventueel ook als kop kunnen kiezen: ‘Meerderheid nog steeds achter opknapbeurt Nieuwe Noordzijde’. Maar dat laatste was inderdaad minder nieuws dan het eerste aspect van de groeiende weerstand tegen de garage.
Toch is het voor het draagvlak voor de ingrijpende plannen natuurlijk niet prettig dat de weerstand tegen de parkeergarage lijkt toe te nemen. Bovendien is het onbevredigend dat velen weliswaar voorstander zijn van een compleet nieuwe Noordzijde, maar niet van een parkeergarage.
Het is bovendien opvallend dat er nauwelijks discussie is in Groningen over de architectonische invulling van de plannen. De hele discussie concentreert zich rond de parkeergarage. Mogelijk ook omdat er heel weinig beeldmateriaal voorhanden is over de vernieuwde Noordzijde.
De brave architect Jo Coenen heeft daar heel bewust van afgezien omdat hij niet een ‘verleidelijk plaatje’ wil laten zien, op grond waarvan de mensen hun stemgedrag zouden gaan bepalden. Nee, Jo Coenen vindt dat de mensen vooral moeten kiezen voor de uitgangspunten. De uitwerking komt later wel.
Dat is misschien uitermate correct van Coenen. Maar het is een beetje te braaf van hem. Want het is voor een oordeelsvorming juist zeer essentieel om te zien hoe een nieuwe Grote Markt er straks uit zou kunnen komen te zien.
Alle aandacht voor de plannen gaat daardoor momenteel uit naar de parkeergarage. Maar zeker zo belangrijk is de vraag hoe de noordwand er straks echt uit komt te zien. Wordt het een monotone, moderne ‘bak’, met saaie architectuur? Of wordt het juist zeer gevarieerd en kunnen de gevels straks door verschillende architecten gemaakt worden?
Voor wie op 21 februari moet stemmen over de plannen voor de Nieuwe Noordzijde, is het buitengewoon belangrijk om te weten hoe de Nieuwe Noordzijde er straks uit komt te zien.
Mocht het een nieuwe versie worden van beton-architectuur uit de jaren zestig, dan zou de tegenstand tegen de plannen ongetwijfeld nog groter zijn. Maar wanneer het een gevarieerde Nieuwe Noordwand wordt, die de huiskamer van de stad op hedendaagse wijze versterkt, dan kan er in Groningen een betrere discussie ontstaan.
De discussie gaat nu vrijwel uitsluitend over de zin en onzin van een parkeergarage. Hoe belangrijk die kwestie wellicht ook is: het is beslist niet het enige dat telt. Ondernemers zijn bereid honderden miljoenen in een opknapbeurt van de Nieuwe Noordzijde te stekken. Daarmee krijgt Groningen een ongekende en historische kans om een prachtige nieuwe Grote Markt-noordzijde te bouwen. Maar iedereen moet voor 21 februari wel beter kunnen beoordelen wat de architect precies voor ogen staat. Het zou jammer zijn wanneer een kans op een vernieuwde noordwand door een al te bescheiden opstelling van architect en gemeente met betrekking tot de impressies wordt gemist.
