Groningen werd maandagmorgen wakker dankzij een emmer koud water die over slaperige hoofden werd leeggegoten. Het water, inclusief ijsblokjes, bestond uit het nieuws dat Gasunie Groningen gaat verlaten.
Hans de Preter
Weliswaar niet onmiddellijk, maar het bedrijf wordt gesplitst en de meest prestigieuze poot, de handelsafdeling, komt straks geheel in handen van Shell en Exxon.
Dat heeft minister Jorritsma van economische zaken afgesproken met beide multinationals.
Dat betekent niet alleen het verlies van honderden arbeidsplaatsen van Groningen, maar vooral het verlies van een belangrijk besliscentrum. Het is al treurig genoeg dat er honderden banen verloren gaan, maar spijtiger nog is het feit dat er opnieuw een landelijk opererend concern het hoofdkantoor uit Groningen haalt. Dat overkwam Groningen eerder al met KPN en met Philips’ divisie Huishoudelijke Apparaten.
Minister Jorritsma heeft laten weten dat er bij de uitvoering van het beleid gekeken zal worden naar de belangen van de werkgelegenheid van het Noorden en van Groningen. Maar dat, met alle respect, is gebakken lucht. Want wanneer er eerst besloten wordt tot ontmanteling van de Gasunie, dan heeft het weinig zin meer om bij de uitvoering van dat principe-besluit nog te kijken naar de belangen van Groningen. De teerling is al geworpen, en die komt straks mooi neer in de Randstad, zoals ook de FNV al constateerde.
De Groningse belangen waar de minister nog naar wil kijken zijn heel duidelijk: in de jaren zestig is afgesproken dat de top van de Gasunie naar Groningen zou komen. Het heeft toen bloed, zweet en tranen gekost om tegenspartelende Gasunie-top managers zo gek te krijgen naar Groningen te komen. Maar uiteindelijk lukte dat toch. En nu zitten ze hier met veel plezier.
Het feit dat de Gasunie-top naar Groningen kwam was geen kwestie van een goede daad, maar een zaak waar Groningen recht op had en nog steeds heeft. Het aardgas komt grotendeels uit Slochteren, en die bel die is nog lang niet leeg. Je kunt daar heel genuanceerd naar kijken, en zeggen dat Groningen onderdeel uitmaakt van Nederland en in principe niets terug hoeft te hebben voor het feit dat Nederland miljarden verdient aan het Groningse aardgas. Ook Rotterdam levert een bijdrage aan de nationale economie, zonder daar iets terug voor te eisen. Maar de haven van Rotterdam wordt wel vanuit Rotterdam bestuurd.
Zonder dus in een eng soort chauvinisme of regionalisme te vervallen is het daarom wel degelijk zeer redelijk om te stellen dat Groningen ‘iets terug moet hebben’ voor dat aardgas. Dat heeft Groningen trouwens ook wel gekregen. Zie het Groninger Museum. En daaraan is meteen af te zien hoe belangrijk een organisatie als Gasunie voor Groningen is geweest.
Gasunie hoort gewoon in Groningen. Met alle respect voor gedeputeerde Joop Boertjens (VVD) van economische zaken: maar zijn reactie op het vertrek en de afbraak van de Gasunie is veel te lauw. Want de provincie Groningen eist slechts vervangende werkgelegenheid op het gebied van de ''gas-handling'' (??). Maar daarmee geeft de gedeputeerde meteen al toe aan het feit dat er een strategische pijler onder Groningens economie wordt weggehaald.
En wat de uitspraak van Gasunie-directeur George Verberg betreft, die laat weten de opsplitsing van Gasunie een ‘zeer emotionele zaak’ te vinden: voor krokodillentranen kopen we hier heel weinig.