De datum van 21 november 2006 mogen we met een gouden pennetje bijschrijven in de geschiedenisboekjes van Groningen. Dat is de dag waarop bekend werd dat er in Groningen een fabriek komt voor de productie van bio-ethanol uit suikerbieten. Investering: 150 miljoen gulden. Arbeidsplaatsen: 500. Groot voordeel: nieuw perspectief voor de Groninger boeren en daarmee ook voor het platteland. Grootste voordeel: de bio-ethanol is er om te mengen in benzine en daarmee wordt het milieu minder belast en neemt de afhankelijkheid van Rusland en de oliestaten af.
Voor iedereen is dit prachtig nieuws dus. Maar het allermooiste is dat dit past in een serie van berichten over investeringen in duurzame energie in de provincie Groningen. In de Eemshaven is namelijk al een fabriek in aanbouw voor de productie van bio-ethanol uit koolzaad. In Delfzijl wordt gewerkt aan de bouw van tachtig windmolens hoger dan de Martinitoren. En in de Eemshaven is ook een enorm transformatorgebouw in aanbouw om elektriciteit, afkomstig van stuwdammen en watervallen in Noorwegen, geschikt te maken voor het Nederlandse elektriciteitsnet.
Groningen, en de rest van Noord-Nederland, lijken zich daarmee toch echt te ontwikkelen tot het ‘Energy Valley’ van Nederland. Dat wil zeggen, een regio die zich onderscheidt van andere door de aanwezigheid van energie-gerelateerde bedrijvigheid.
De ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen, en er zit nog zeer veel in de pijplijn. Maar zeker is wel dat de schaarste aan aardolie en de milieuproblematiek een ‘blessing in diguise’ zijn voor Noord-Nederland. Want wat decennia lang niet mogelijk leek voor de noordelijke economie, lijkt nu langzaam maar zeker toch te gaan gebeuren: nieuw perspectief en nieuwe kansen voor ondernemers, boeren en iedereen die werk zoekt in het Noorden.