‘Burgers: Geen extra geld voor Euroborg’, kopte donderdag het Dagblad van het Noorden. Daarin werd gewag gemaakt van de uitslag van een steekproef. Daaruit blijkt dat een ruime meerderheid van de ondervraagden tegen een extra bijdrage van de gemeente Groningen is om de bouw van de Euroborg mogelijk te maken. Welnu: het is maar goed dat in deze stad de dienst niet wordt uitgemaakt door onderzoeksbureaus en enqueteurs maar door de gemeenteraad. Daarin zitten lieden die alle voor- en nadelen van besluiten langdurig wikken en wegen. Het feit dat B en W er voor gekozen hebben om de bouw van de Euroborg door te zetten, past in een zeer lange Groningse traditie.
Hans de Preter
In Groningen, met traditiegetrouw een iets minder sterke markt dan in de Randstad, speelt de overheid een sterke rol in het stimuleren van de economie. Eigenlijk al sinds de bouw van de Martinitoren vanaf het jaar 1230 is de Groningse lokale overheid betrokken geweest bij ingrijpende bouwprojecten die een enorme invloed kunnen hebben op de economie.
Het meest recente voorbeeld is natuurlijk dat van het Groninger Museum. Het initiatief tot de bouw van dat museum kon bij de Groningse bevolking op weinig sympathie rekenen. Maar toen het er eenmaal stond, en toen bleek dat er jaarlijks honderdduizenden bezoekers op af kwamen, bleek ook de Groningse bevolking zeer tevreden met het museum.
Betekent dat dat de weerstand onder Stadjers tegen de bouw van het museum onzin was? Nee, want die weerstand leidde tot enorme, prachtige discussies in Groningen. Het architectuurdebat leefde als nooit tevoren, en de raadsleden en wethouders werden gedwongen om zich te herberaden en nog dieper na te denken.
Het besluit om 15 miljoen euro te lenen voor de bouw van de Euroborg, is riskant. Want Groningen loopt daarmee een stevig risico. Maar als je ziet hoe reusachtig het economische effect er van is op de arbeidsmarkt, de werkgelegenheid, de ruimtelijke ordening, de uitstraling van de stad en last but not least het betaald voetbal, dan is er toch sprake van een verstandig besluit. Zeker in een tijd van recessie is het goed wanneer een (lokale) overheid als aanjager van de economie wil fungeren.
Opmerkelijk is dat in Groningen zowel de liberalen van de VVD onder wethouder Koen Schuiling van economische zaken als de sociaal-democraten van Smink (r.o.) en christen-democraten van Paas achter het voorstel zijn gaan staan. De houding van de VVD past ook in de lokale traditie: die partij sloot zich al vroeg aan bij het plan van PvdA-wethouder Gietema om een museum te bouwen in het Verbindingskanaal. Bij de Groningse VVD lijkt men 'Keynesiaans' ingesteld dan de zunige partijgenoten in Den Haag.
Neemt niet weg dat er wel kritische kanttekeningen te plaatsen vallen bij het project. Schuiling stipte het zelf al aan tijdens de perspresentatie: voorkomen moet namelijk worden dat de Euroborg straks zoveel bezoekers lokt, dat het een felle concurrent wordt voor de Groningse binnenstad. Maar deze laatste angst mag er niet toe leiden dat het hele Euroborgproject wordt afgelast. Integendeel, de ontwikkeling van de Euroborg pleit er juist voor om ook de inspanningen om de Grote Markt een injectie te geven door te zetten. Ook daar kan de overheid een vervolg geven aan de oude Groningse traditie van investeren in bouwprojecten om zo nieuwe investeringen uit te lokken en de economie nieuwe impulsen te geven.