Het was een historische vergadering in Groningen, gisteren. In het ooit voor de KPN gebouwde ‘Meerwold’ aan het Hoornse Meer vergaderden voor het eert alle Colleges van Provinciale Staten van Groningen, Friesland en Drenthe. Gezien alle publiciteit die dat heeft opgeleverd, kan men rustig spreken van een succes. Wannneer de drie noordelijke provincies samen een landsdeel Noord-Nederland zouden kunnen vormen, dan is dat zeker in het belang van de drie provincies afzonderlijk. Samen staan ze aanzienlijk sterker in Den Haag, zo is gisteren wel gebleken.
Hans de Preter
Dat de drie provincies vaker samen moeten vergaderen lijkt dan ook zo klaar als een klontje. Maar zo eenvoudig ligt dat niet. Hoewel Groningen, Friesland en Drenthe alle drie in het Noorden liggen, is er beslist niet altijd sprake van een homogeen, samenhangend gebied. Er is sprake van culturele verschillen waar de inwoners sterk aan hechten.
Dat feit heeft sceptici er altijd toe gebracht om te zeggen dat het toch wel nooit wat zal worden met de noordelijke samenwerking. Als het er op aankomt willen de Friezen Friezen blijven, en de Groningers Groningers. Daarmee hebben ze inderdaad een punt. Er is beslist sprake van culturele verschillen. Maar wanneer daar helder mee wordt omgesprongen, en met erkenning van de grote waarde van die verscheidenheid, dan zou dat voor de vorming van een noordelijk gewest geen probleem hoeven te zijn.
Een veel groter probleem vormt echter wel het feit dat de belangen tussen de provincies, en tussen de steden Leeuwarden en Groningen, objectief beschouwd soms nogal uiteen lopen. We noemen als voorbeeld de hoge snelheidslijn via het traject van de Zuiderzeelijn. Daar wordt in Friesland anders over gedacht dan in Groningen, althans in de Groningse politiek. In Friesland verwacht men er weinig van, in het Groningse provincie- en gemeentehuis des te meer. Maar ook binnen Friesland is er verschil: Drachten denkt er meer profijt van te trekken dan Leeuwarden.
De Zuiderzeelijn is geen klein onderdeel van het noordelijke beleid: het is een hoeksteen van de toekomstvisie. En zolang die niet door alle provincies van harte wordt onderschreven zullen er spanningen en fricties blijven.
Maar toch: de vergadering van woensdag in Groningen heeft onverwacht veel indruk gemaakt. Het Groningse, Friese en Drentse geluid is in Den Haag ongetwijfeld aanzienlijk versterkt ontvangen dan wanneer de provincies zelfstandig zouden zijn blijven opereren. Doorgaan op deze weg dus, zo lijkt het parool. En tegelijkertijd eens een glasheldere discussie met de Friese bestuurders, zodat er ook op een voor Groningen zo essentiële kwestie als de Zuiderzeelijn een breed gedragen beleid komt.