De Groningse gedeputeerde Marc Calon en Commissaris der koningin Hans Alders zijn niet erg onder de indruk van kritische opmerkingen van oud-Commissaris der koningin Henk Vonhoff. Deze was in het verleden steeds een fervent voorstander van de Zuiderzeelijn of van een hogesnelheidslijn van Schiphol naar Groningen. Maar dit weekend uitte hij, zij het wat omvloerst geformuleerd, fundamentele twijfel aan de haalbaarheid van de Zuiderzeelijn.
Sinds Vonhoff niet meer in Groningen woont en zijn contacten vooral in Den Haag heeft, is hij kennelijk anders gaan denken over de Zuiderzeelijn. Dat bleek afgelopen zaterdag uit een bijdrage van zijn hand aan het Dagblad van het Noorden. Vonhoff schreef daarin letterlijk: ‘De totstandkoming van de Zuiderzee-spoorlijn zal in het gunstigste geval nog jaren op zich laten wachten. Het is een daad van wijs beleid om na te gaan of het moment is aangebroken waarop het betere de vijand van het goede is geworden en daarnaar te handelen.’
Zijn wij nu gek, of is dat een fundamentele koerswijziging van Henk Vonhoff? Wij kunnen deze passage niet anders lezen dan dat Vonhoff zijn bedenkingen begint te krijgen over de kans van slagen voor de aanleg van de Zuiderzeelijn. Maar gedeputeerde Calon en Commissaris Alders zien dat niet zo. Zij lieten weten dat volgens hen de visie van de oud-commissaris wel degelijk goed past in de bestaande provinciale plannen voor de komende periode, zoals onder meer omschreven in het bekende 'POP'-programma (Provinciaal OmgevingsPlan). ''Ik heb bij lezing goed gekeken of er veel verschillen zouden zijn'', aldus gedeputeerde Marc Calon. ''Ik zag ze niet. Het kwam overeen''. Ook commissaris Alders zag geen wezenlijke verschillen. ''We willen de rust en ruimte ook behouden, in combinatie met het verder ontwikkelen van bepaalde regio's'', aldus Alders, die er dus op hamert dat de ideeën van Vonhoff en die van Groningen elkaar dus zeker niet zouden bijten.
Wij vragen ons dan toch af wat Vonhoff zou bedoelen met de opmerking: ‘Het is een daad van wijs beleid om na te gaan of het moment is aangebroken waarop het betere de vijand van het goede is geworden en daarnaar te handelen.’ Wij kunnen dat niet anders uitleggen dan dat de onnavolgbare taalvirtuoos Vonhoff twijfelt aan de haalbaarheid van de Zuiderzeelijn en dat zijn Groningse oud-collega’s op een wat subtiele manier heeft willen melden.
Calon en Alders hebben groot gelijk om zich in te blijven zetten voor de Zuiderzeelijn. Maar – we schreven het al eerder – ze moeten er voor waken niet te ver voor de troepen uit te gaan lopen. Als iemand als Vonhoff duidelijk zijn twijfels uit is het zaak om daar met argumenten tegen in te gaan. Vonhoff is namelijk niet de enige die twijfelt en dan is het veel beter om de discussie aan te gaan en de voordelen van de Zuiderzeelijn blijven te belichten.
Wij vragen ons dan toch af wat Vonhoff zou bedoelen met de opmerking: ‘Het is een daad van wijs beleid om na te gaan of het moment is aangebroken waarop het betere de vijand van het goede is geworden en daarnaar te handelen.’ Wij kunnen dat niet anders uitleggen dan dat de onnavolgbare taalvirtuoos Vonhoff twijfelt aan de haalbaarheid van de Zuiderzeelijn en dat zij Groningse oud-collega’s op een wat subtiele manier heeft willen melden.
Hans de Preter