Nog maar ruim een week, en Groningen weet of er een parkeergarage komt onder de Grote Markt.
Hans de Preter
Helemaal afgezien van de vraag wat de uitslag van dat referendum is, zal Groningen zich na afloop van het referendum eens moeten afvragen of een nieuw referendum ooit nog op vergelijkbare wijze georganiseerd kan worden.
De afgelopen maanden, en ook vandaag weer, hebben de tegenstanders van de plannen voor de parkeergarage zich uit de naad gewerkt om hun bezwaren over het voetlicht te brengen. Dat hebben ze zeer energiek gedaan, en met inzet van honderden vrijwilligers. Dat mensen zo energiek voor hun idealen aan de slag gaan, is een groot compliment waard.Al kun je je afvragen of ze niet wat te voortvarend bezig zijn geweest en door te tamboereren op het risico van het omkieperen van de Martinitoren en de Martinikerk veel goodwill hebben verspeeld.
De vraag is alleen waarom er vanuit het stadhuis in Groningen ogenschijnlijk zo weinig weerwerk is geleverd. De Groningse kranten hebben maandenlang vol gestaan met argumenten van de tegenstanders, maar vanuit het stadhuis bleef het ijzingwekkend stil.
Bizar genoeg was het een Groningse student die het initiatief nam om een website met argumenten ‘pro’ Nieuwe Noordzijde on-line te zetten. En ook zijn de vier grootste politieke partijen en ondernemersorganisaties zich inmiddels sterk gaan maken voor de vernieuwing van de Noordzijde.
Maar van de meest verantwoordelijke wethouders hebben we tamelijk weinig vernomen. En dat is spijtig. Want niet alleen de tegenstanders hebben legitieme argumenten tegen de parkeergarage die tot nadenken stemmen, ook de argumenten van de voorstanders zijn logisch.
Wat ons betreft is het argument dat zonder een parkeergarage de vernieuwing van de Noordwand niet doorgaat en dat daarmee in feite ook een einde komt aan het toonaangevende, omzichtige architectuurbeleid van Groningen doorslaggevend. Het zou – vinden wij - een ramp zijn wanneer er in Groningen nooit meer spraakmakende architectuurprojecten van de grond kunnen komen.
Ook B en W zouden het afschieten van de plannen in een referendum zeer betreuren. Maar ze hebben aan die visie daar weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Het Stadhuis heeft meer opzien gebaard met het tonen van oude corsetten dan met vlammende betogen voor de parkeergarage.
Dat heeft alles te maken met de strenge voorschriften van het referendum. De wijze waarop B en W zich mogen uiten over hun eigen plan is aan strenge voorschriften gebonden. Ze mogen geen advertenties plaatsen in de Gezinsbode met teksten waar ze zelf helemaal achter staan. En als ze toch naar buiten treden met een tekst, dan is er een journalist van De Volkskrant die daar een soort censuur op pleegt en uitzoekt of die uiting wel evenwichtig genoeg is en voldoet aan de publiciteitscriteria van een referendum.
De vraag is of het niet beter is ook de wethouders bij een volgend referendum de vrije hand te geven. Zij zijn immers de gekozen bestuurders die zijn ingehuurd om de stad volgens hun eigen ideeën verder te brengen. Wanneer een referendum er toe leidt dat wethouders zich gedeisd moeten houden, in plaats van op de zeepkist klimmen en hun opvattingen te vuur en te zwaard te verdedigen, dan is dat eerder een verzwakking van de gemeentelijke democratie dan een versterking.
