‘VerkeerD Circulatie Plan’ schreef een winkelier 25 jaar geleden met koeienletters op zijn winkelraam. Veel ondernemers in de Groningse binnenstad vonden het verkeerscirculatieplan van de jeugdige wethouders Jacques Wallage en Max van den Berg maar niets.
Deze twee PvdA-wethouders werden gesteund door een ruime meerderheid in de Groningse gemeenteraad, die groot voorstander was van het Verkeers Circulatie Plan. De ondernemers zagen zich echter in hun broodwinning bedreigd, en de discussies in Groningen over het plan liepen zeer hoog op.
Hans de Preter
Inmiddels heeft Groningen grotendeels leren leven met het plan, dat onmiskenbaar voordelen heeft gehad voor de binnenstad. Want Groningen, in oorsprong een middeleeuwse stad, is natuurlijk niet gebouwd op tienduizenden auto’s die hun weg zoeken in de binnenstad. Een vorm van verkeersregulatie is dan ook broodnodig, en daarin voorzag het VCP. Ook kon dankzij het VCP worden voorkomen dat er grote nieuwe wegen door de stad zouden worden aangelegd.
Het plan ‘Binnenstad Beter’, dat tien jaar geleden van start is gegaan, heeft vervolgens ook veel goeds opgeleverd voor de binnenstad. En daar kwam als klap op de vuurpijl nog een uitzonderlijk architectuurbeleid bij, waarbij er oog was voor het behoud van waardevolle stadsgezichten en historische panden.
De voorstanders van het VCP hadden dus op een aantal punten gelijk. Maar veel tegenstanders toch ook. Want veel van die tegenstanders waren niet principieel tegen een vorm van regulatie van het autoverkeer. Ze vonden vooral dat het plan veel te snel werd ingevoerd: parkeergarages waren nog niet klaar, evenmin als ringwegen rond Groningen. Ze vonden ook dat tegenstanders te weinig werden gehoord, en dat er onlogische punten in het plan zaten, met name de verdeling van de stad in vier sectoren.
Of de beeldvorming nu terecht is of niet: Groningen heeft door het VCP bovendien het imago gekregen van een stad waar het prettig wandelen is, en waar met name studenten het gezeten op een terras goed naar hun zin kunnen hebben. Maar wie inkopen wil doen met een auto kan er zeer moeilijk terecht.
Dat imago van onbereikbaarheid is echter voor een groot deel onterecht. Want uit onderzoek is gebleken dat het met bereikbaarheid van Groningen voor automobilisten reuze meevalt. Het is zelfs mogelijk om op enkele meters afstand van de Grote Markt de auto te parkeren. Alleen op Koopavonden zijn er wel eens capaciteitsproblemen.
Maar of dat negatieve imago van Groningen nu terecht is of niet: het is wel een feit dat dat imago bestaat. Groningen overweegt daarom nu om een grote imago-campagne op te tuigen om te laten zien dat Groningen wel degelijk goed bereikbaar is, ook voor automobilisten.
Maar zo’n campagne helpt niet wanneer er niet ook daadwerkelijk een duidelijk gebaar wordt gemaakt in de richting van de consument die per auto komt. Want een reclamecampagne kan alleen maar slagen wanneer er ook een daad wordt gesteld waarmee Groningen laat zien dat klachten – ook al zijn die wellicht niet terecht – serieus worden genomen.
Zonder de verworvenheden van 25 jaar VCP weg te doen, en zonder het kind met het badwater weg te gooien, zou Groningen toch eens moeten kijken of er geen verbeteringen zijn aan te brengen in het VCP. Bovendien moet Groningen ook eens haast maken met de aanleg van een ondergrondse parkeergarage nabij de Grote Markt. Of auto’s nu boven de grond worden geparkeerd bij de Grote markt, of er onder: dat maakt in wezen natuurlijk helemaal niets uit. Maar de symbolische waarde van de aanleg en de officiële opening van zo’n garage voor een beter imago van Groningen als bereikbare stad, is van onschatbare waarde.
Want hoe mooi Groningen ook is – en het kan nog veel mooier – ondernemers moeten er in de binnenstad wel hun brood kunnen verdienen. Anders sterft de stad in schoonheid.