Dat de Groningse Commissaris der Koningin Hans Alders kan praten als Brugman is nagenoeg algemeen bekend. Maar dat hij ook zeer succesvol kan lobbyen, weet te inspireren en kan overtuigen is nog eens duidelijk geworden bij de Zuiderzeelijn. Alders is er in geslaagd om vanuit een ogenschijnlijk kansloze positie, waarbij zeer veel partijen op één lijn moesten zien te komen, succes te boeken.
Het kabinet heeft namelijk besloten om de plannen voor de Zuiderzeelijn verder uit te werken. Hierbij gaat de voorkeur uit naar de twee snelste alternatieven: magneetzweefbaan en hogesnelheidslijn. Het kabinet vindt de Zuiderzeelijn belangrijk voor de bereikbaarheid en ontwikkeling van het Noorden en de bereikbaarheid in de Noordvleugel van de Randstad. De plannen kunnen nu verder worden ontwikkeld; bedrijven kunnen tijdens een prijsvraag plannen indienen. En over drie jaar kan dan de definitieve beslissing komen.
Dat besluit is in hoge mate te danken aan de inspanningen van Commissaris Alders. Want lang niet alle betrokkenen hebben evenveel belang bij komst van de Zuiderzeelijn. Alders moest niet alleen het kabinet overtuigen dat afspraken uit december 2001 met het vorige kabinet moesten worden waargemaakt, ook de provincies Friesland, Drenthe, Flevoland en tal van gemeenten moesten zich achter het plan scharen.
De aanleg van de Zuiderzeelijn is, volgens de provincie Groningen, nodig om de bereikbaarheid van het Noorden en de Randstad te verbeteren. Daarbij komt dat uit studies blijkt dat de regionale economie in het Noorden wordt gestimuleerd en de lijn een bijdrage levert aan het evenwicht in de sociaal economische situatie en de ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland.
Maar nu het kabinet het licht op groen heeft gezet is de buit voor Groningen nog niet binnen. Nog lang niet. Want Commissaris Alders zal er voor moeten zorgen dat er de komende jaren geen kikkers uit de kar gaan springen, en dat alle belanghebbenden het project blijven dragen.
Er loert echter nog een geheel ander gevaar: De Groningse Commissaris heeft er alles aan gedaan om collega-bestuurders van de grote voordelen van de Zuiderzeelijn te overtuigen. Maar het gevaar dreigt wel dat hij en de andere Groningse politici te ver voor de troepen uit gaan lopen. Want voor de aanleg van de Zuiderzeelijn, zeker in de vorm van een magneetzweeftrein, is er draagvlak nodig onder de bevolking.
En in Groningen vragen velen zich toch af of dat nu wel allemaal nodig is, zo’n dure trein. En of het in Groningen op den duur niet net zo druk wordt als in de Randstad. De provincie Groningen heeft, bijvoorbeeld in het kader van de vorming van de Regio Groningen - Assen, tal van maatregelen genomen om te waarborgen dat het hier wel degelijk rustig blijft, en dat het hier geen Tweede Randstad wordt. De provincie Groningen zou er goed aan doen de komende tijd al haar argumenten voor de komst van de trein nog eens heel duidelijk voor het voetlicht te brengen tegenover de eigen Groningse bevolking, en angst voor drukte weg te nemen. Als daar niet voldoende in wordt geïnvesteerd bestaat de kans dat de Zuiderzeeplannen tijdens een referendum worden weggestemd, net zoals de plannen voor een garage onder de Grote Markt het niet haalden, uit angst voor het omkieperen van de Martinitoren.