Het voordeel van de moderne tijd, waarin steeds meer politici gebruik maken van een weblog, is dat men niet meer naar de kapper hoeft om kapperspraatjes te vernemen. Men neme een kijkje in zo’n dagboek van een stads-politicus en er is een kans dat men in korte tijd aardig wat wijsheden voorgeschoteld krijgt.
Dat is in elk geval mogelijk via het weblog van het VVD gemeenteraadslid Marc Boumans.
Goed gemutst brengt hij er het ene nieuwsfeit na het ander, feiten die, wanneer ze waar zouden zijn, het volstrekte falen van de stedelijke democratie in Groningen zouden inhouden.
Want volgens de heer Boumans is het niet zo dat in Groningen de gemeenteraad en de wethouders de dienst uitmaken, maar dat het de ambtenaren zijn die hier de lakens uitdelen. Nu is dat op zichzelf nog niet zo’n spectaculaire constatering: tal van sociologen hebben al eerder vastgesteld dat de ‘vierde macht’ ook in een lokale democratie zeer invloedrijk is.
Maar volgens Boumans is de situatie aanzienlijk ernstiger. In zijn visie zijn het niet alleen de ambtenaren die het in Groningen voor het zeggen hebben, ze maken ook op ruime schaal misbruik van de situatie.
Als voorbeeld daarvan noemt hij een ambtenaar die volgens hem op eigen initiatief het leven van een fietsenmaker in de Steentilstraat verzuurde door op te treden tegen de door hem fout geparkeerde fietsen.
Een ander voorbeeld van Boumans betreft de veiling van plekjes op de komende mei-kermis in Groningen. Boumans: ‘Ík ken niet alle ins en outs, maar dat riekt naar willekeur. Een vaste exploitant mag na 109 jaar niet meer op de kermis komen, omdat volgens hem de dienstdoende ambtenaar willens en wetens een ander de plek heeft gegund, terwijl deze nog niet aan alle voorwaarden voldeed’’, zo weet het Groningse gemeenteraadslid. Waarbij het een opmerkelijke prestatie mag heten wanneer een ondernemer liefst 109 jaar lang een stand heeft op de Groningse kermis.
Maar echt ernstig is volgens Boumans het feit dat de Groningse gemeenteraad ‘’ fout is geinformeerd over de stand van de financiële reserves. ‘’Dat kan een keer gebeuren natuurlijk’’, schrijft Bouwmans , ‘’maar het lijkt haast structureel en bovendien gaat het om meerdere reserves. Dat is op zijn minst zorgwekkend. Er lijkt dan haast sprake te zijn van een cultuur waarin ambtenaren zelf wel bepalen hoe ze en wanneer ze over de middelen wensen te beschikken’’.
Dat is een stevige beschuldiging, die hij echter niet uit in de richting van de voor de ambtenaren verantwoordelijke wethouders, maar aan de ambtenaren.
Maar gelukkig liet wethouder Karin Dekker maandag via Radio Noord weten dat wanneer mensen dergelijke kritiek hebben, ze die moeten uiten jegens de wethouders, en niet tegen de ambtenaren. ‘Als de heer Boumans kritiek heeft, dan moet ie bij mij komen en niet bij m’n ambtenaren!’, zo liet Dekker weten, op een toon alsof ze hem wel even alle hoeken van het Stadhuis wilde laten zien.
Dekker raakte daarmee wel de kern van het verhaal. Het zou namelijk best kunnen dat de macht van de ambtenaren in de stad en provincie Groningen erg groot is. Maar het is een voorbeeld van lui denken om dat die ambtenaren zelf te verwijten. Ambtenaren zijn net zo sterk als de politiek zwak is. Wanneer de politiek datgene doet wat ze behoort te doen, namelijk verantwoordelijkheid nemen, besturen, keuzes maken en controleren of het vastgestelde beleid ook wordt uitgevoerd, dan zal het ambtenarenapparaat dat ook zo uitvoeren.
Een en ander neemt niet weg dat het wel goed is dat Boumans de kwestie aan de orde heeft gesteld. Het zou goed zijn wanneer in de Groningse gemeenteraad eens een keer fundamenteel gediscussieerd wordt over de macht van ambtenaren en de aansturing door de politiek. Maar voor het voeren van zo’n fundamentele discussie is er veel meer nodig dan het oplepelen van ‘van-horen-zeggen-praatjes’. Marc Boumans moet z’n weblog maar eens een poosje laten voor wat ie is en tijd nemen voor het vinden van harde feiten voor een - inderdaad - zeer belangwekkende discussie. En als hij die feiten niet kan vinden moet hij voor straf maar eens bij Karin Dekker op bezoek.
Hans de Preter