Groningen gaat, net als de rest van Nederland, woensdag naar de stembus. Hoe de uitslag woensdagavond ook zal zijn: zeker is dat de situatie in de gemeenteraad na de verkiezingen nooit meer hetzelfde zal zijn. Want na 6 maart krijgt de Raad te maken met veranderingen in haar positie dankzij wetswijzigingen die zijn voorgesteld door de Groningse hoogleraar Elzinga en die onlangs in de Eerste Kamer zijn aanvaard.
Die moet er toe leiden dat de gemeenteraad een veel minder volgzame houding krijgt in de richting van het college van B en W. De gemeenteraad zal meer tegenwicht kunnen bieden aan de burgemeester en de wethouders. Daardoor moet het weer spannend worden in de gemeenteraad en neemt de belangstelling van de burger voor de politiek weer toe.
Een van de maatregelen om dit ‘dualisme’ te bevorderen is dat wethouders voortaan niet meer lid zijn van de gemeenteraad. Politieke partijen kunnen na 6 maart ook outsiders inhuren om het ambt van wethouder te vervullen. Ook krijgt de gemeenteraad een eigen griffier.
Voor wat de stad Groningen betreft kun je je afvragen of dat allemaal het beoogde effect zal hebben. Want alle voorstellen van Elzinga zijn er impliciet vanuit gegaan dat het momenteel niet spannend zou zijn in de gemeenteraad. Maar wie eens een bezoek brengt aan een raadsvergadering kan tot de conclusie komen dat er wel degelijk op hoog niveau gedebatteerd wordt. Er zit wel degelijk talent in de Groningse gemeenteraad. De Groningse raadsleden slagen er vaak in om op het scherp van de snede en met veel gevoel voor humor te debatteren en zijn ook in staat om elkaar na afloop van dat debat zakelijk de hand te schudden.
Zo’n slappe bedoening is het dus helemaal niet in de Groningse gemeentepolitiek. Maar feit is wel dat het maar zelden gebeurt dat een voostel van het college van B en W wordt weggestemd in de plenaire gemeenteraad. De kaarten zijn al geschud omdat de coalitiepartners in een vooroverleg al zaken hebben gedaan en de teerling dus al een een vroeg stadium is geworpen. Aan die situatie zal ook geen jota veranderen wanneer de vrome plannen van Elzinga straks zijn uitgevoerd.
Je kunt je zelfs afvragen of het niet juist een verslechtering is wanneer wethouders worden benoemd van buiten de gemeenteraad. Want wethouder zijn is iets geheel anders dan zakenman of manager: je hebt er politieke feeling voor nodig, en lang niet iedereen die slaagt als manager zal slagen in de politiek. Het vak van politicus is een vak apart. Wie wethouder wil worden kan beter eerst als leerling-politicus beginnen met ‘folderen’’, en vervolgens een aantal jaren verder oefenen in de gementeraad. Net zoals momenteel het geval is.
En het argument dat ‘de kloof tussen burger en politiek’’ verkleind moet worden, daar vallen ook kanttekeningen bij te plaatsen. De mogelijkheden van burgers om politiek actief te worden zijn groter dan de afgelopen tweeduizend jaar het geval is geweest. En volgens de voorspellingen zal er aanstaande woensdag een hoge opkomst zijn van bijna zeventig procent. De belangstelling voor de politiek is er dus kennelijk nog steeds.
Voor de levendigheid van de democratie is het van veel groter belang dat er sprake is van duidelijke stellingnames maar ook van een ‘balance of power’’, waarbij wordt voorkomen dat de macht van een partij te groot is. In dat verband zou het wel verfrissend zijn wanneer de PvdA – hoeveel die partij ook voor de stad heeft gedaan – niet een al te dominante positie krijgt in de gemeenteraad. Maar dat is geheel aan de kiezer, en daar verandert Elzinga helemaal niets aan.
Hans de Preter