Het is mooi dat B en W van Groningen voor volgend jaar opnieuw een referendum organiseren, nu over de oostzijde van de Grote Markt. Maar nog veel mooier zou het zijn wanneer het college haar eigen voorstellen voor een theater aan de Grote Markt zou uitwerken, er een mooie presentatie van laat maken en dat vervolgens vol vuur en overtuigingskracht zou verdedigen. Net als bestuurders in een grijs verleden nog deden: een mooi plan ontwikkelen en daar met passie voor strijden.
Hans de Preter
Afgelopen vrijdag hebben B en W van Groningen de nieuwste plannen gepresenteerd voor de toekomst van de Grote Markt. Die lang verwachte plannen blijken niet de noordwand van de Grote Markt te betreffen, maar beperken zich nu tot de oostzijde van de Grote Markt.
Opvallend, bijna spectaculair onderdeel vormt het plan om aan die oostzijde een groot muziektheater te bouwen, met twaalfhonderd stoelen voor klassieke muziek en popmuziek.
Het Noord Nederlands Orkest kan in dat theater ongetwijfeld beter uit de voeten dan met het theater uit het vorige plan, waarin maar achthonderd stoelen waren gepland. Al komt er ook in het nieuwste plan zo weinig parkeerruimte bij dat het nog maar de vraag blijft of het NNO wel vol enthousiasme het cultuurcentrum d' Oosterpoort zal willen inwisselen voor het theater aan de Grote Markt.
Overigens komen er in de plannen van B en W ook nog een kleinere concertzaal met 450 stoelen, een debatcentrum en een artmoviehouse.
B en W van Groningen zeggen dat haar eigen plan ‘bewust controversieel’ is. Dat klinkt een beetje als een verontschuldiging. Een onterechte verontschuldiging, want welk plan men ook maakt, en wat men ook doet of zegt rond de Grote Markt: er is altijd wel iemand die het er niet mee eens is. Het besturen van een gemeente is per definitie controversieel.
B en W roepen de inwoners van de gemeente Groningen verder op om met alternatieven voor haar plan te komen. En tenslotte stellen B en W voor om een raadplegend referendum te houden over wat er aan de oostkant van de Grote Markt zou moeten gebeuren.
Al deze voorstellen om de Groningse bevolking bij de planvorming te betrekken zijn - in een tijd waarin als twee politici elkaar goedendag zeggen zij meteen beschuldigd worden van achterkamertjespolitiek - misschien onvermijdelijk. Maar het wekt toch ook een indruk van braafheid en gebrek aan daadkracht.
En als er één ontwikkeling slecht is voor de toekomst van de Grote Markt en de Groningse binnenstad, dan is het wel gebrek aan daadkracht. In dat verband is het ook spijtig dat de nieuwste plannen alleen betrekking hebben op de oostzijde van de Grote Markt. Over de noordwand van de Grote Markt, die zo lelijk is dat men zich er zelfs in de vroegere DDR voor zou schamen, horen we niets
De les van het vorig jaar gehouden referendum, dat door B en W werd verloren, was niet alleen dat er een grote weerzin is tegen een ondergrondse parkeergarage onder het plein van de Grote Markt. Maar die les was ook dat de gemeente Groningen zich veel te bescheiden opstelde bij de verdediging van haar eigen plannen. Daardoor kregen de tegenstanders alle gelegenheid hun argumenten tegen een parkeergarage, met het symbool van een omkieperende Martinitoren op de achtergrond, voor het voetlicht te brengen. B en W kregen een uitstekend lesje campagnevoeren van de gedreven tegenstanders.
B en W van Groningen doen er dus goed aan een fraai plan te maken en een knappe architect in te huren die een verleidelijke tekening kan maken van hoe het kan worden. Op die manier gaat een referendum dan niet alleen over abstracties, maar ook over de concrete vraag of de bevolking de toekomstvisie van B en W kan delen.
Want voor de toekomst van de Grote Markt, de binnenstad van Groningen en de bijbehorende werkgelegenheid is het van groot belang dat er nu eens snel knopen worden doorgehakt, graag ook over de noordzijde van de markt.