economie

03 okt 2002, 00:12

VNO-NCW: ‘Noorden moet voortborduren in de geest van het Kompas’

De werkgeversorganisatie VNO-NCW, afdeling Noord-Nederland, vindt dat de loonkosten in Nederland de afgelopen jaren veel te sterk zijn gestegen. Daardoor is de concurrentiepoositie van Nederland verslechterd. Daarom moet het kabinetsbeleid dat zich richt op economisch herstel twee tandjes hoger, aldus de noordelijke werkgevers.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Prinsjesdag was de afgelopen jaren steevast een feestelijke bijeenkomst, waarbij miljarden aan meevallers konden worden gepresenteerd. Het is dit jaar een geheel andere Miljoenennota. Daar is alle aanleiding voor. Ondernemingen hebben snel meer zuurstof nodig. De feiten liegen er niet om. Van koploper zijn we achterblijver geworden. Een wegkwijnende concurrentiepositie, verlies aan marktaandeel export, te hoog blijvende inflatie, lagere winsten, bedrijven die vertrekken naar het buitenland, banenverlies en oplopende werkloosheid bepalen het beeld van de Nederlandse economie.
Sinds 1997 is onze concurrentiekracht in 2003, op basis van arbeidskosten per eenheid product, cumulatief met 10% verslechterd ten opzichte van de euroconcurrenten. We leven dus al geruime tijd op te grote voet. Het verlies aan concurrentiekracht heeft ook zijn weerslag gehad op de arbeidsmarkt. Voor het eerst sinds 1994 zal volgend jaar de werkgelegenheid afnemen.
Een sterk economisch fundament is niet alleen voor ondernemers belangrijk maar voor de hele samenleving. Economische groei schept immers niet alleen particuliere welvaart, maar vormt ook de basis voor goede publieke voorzieningen. Bij 1% lagere economische groei loopt de overheid € 2 miljard aan inkomsten mis. Versterking van de publieke sector kan slechts worden gebouwd op een gezond en stevig economisch fundament. Dat veronderstelt voldoende groei van werkgelegenheid en productiviteit.
VNO-NCW Noord is positief over het algemene beleid van het kabinet, dat ruimte biedt voor ondernemen. Maar het moet twee tandwielen hoger. Het kabinet dient zich krachtiger in te zetten voor economisch herstel. Een herstel dat zijn vertaling krijgt in een verantwoord loonbeleid. Want daar ligt de achilleshiel van onze problemen: met te hoge loonkosten hebben we ons uit de markt geprijsd. Ook het brede offensief tegen regelzucht en bureaucratie mag op veel sympathie uit ondernemerskring rekenen. Geen woorden maar daden luidt het parool na de omtrekkende bewegingen van eerdere kabinetten. Versterking van de kenniseconomie (actieplan voor onderzoek en innovatie; versterking beroepsonderwijs) naast een strengere toegang tot de sociale zekerheid geven nieuwe noodzakelijke impulsen voor meer dynamiek binnen de schaalgrootte van Noord-Nederland.
VNO-NCW Noord ondersteunt de inzet van het kabinet om gemeenten en provincies in grotere mate verantwoordelijk te houden voor het beleid ten aanzien van de ruimtelijke inrichting. In het verleden heeft de rijksoverheid te krampachtig geprobeerd in detail te bepalen wat waar nodig is en wat waar mocht komen. De regio’s kunnen vanaf 2003 zelf beslissen over infrastructuurprojecten tot een subsidiebedrag van 225 miljoen euro. De middelen hiervoor verschuiven van het rijk naar de provincies en de kaderwetgebieden. Decentralisatie van verantwoordelijkheden moet in gelijke mate ondersteund worden door decentralisatie van financiële middelen. De regio moet in staat gesteld worden grote infrastructuurknelpunten slagvaardig op te lossen. VNO-NCW Noord zal het kabinet aanspreken op haar daadkracht. Snelle procedures van Rijkszijde gecombineerd met noordelijk draagvlak op het terrein van mobiliteit en ruimtelijke inrichting kunnen de regio extra vaart geven. Nieuwe vormen van publiek – private samenwerking mogen hierbij niet over het hoofd worden gezien.