economie

11 jul 2017, 10:10

Hanzehogeschool: stageplaatsen en kennis voor Eems Dollard Regio

Hanzehogeschool:  stageplaatsen en kennis voor Eems Dollard Regio

Hanzehogeschool Groningen wil Groningse studenten helpen bij het vinden van stageplaatsen in de Eems Dollard Regio. Op die manier hoopt de Hanzehogeschool een bijdrage te kunnen leveren aan het versterken van de economie in de grensregio. Het grootste probleem van de krimp in de regio ligt in de veroudering van de bevolking en het wegtrekken van jongeren uit de regio.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

De Eems Dollard Regio, bestaande uit Oost- & Noord-Groningen, Oost-Friesland en Weser-Eemsgebied, heeft te maken met krimp. Om economische groei en grensoverschrijdende initiatieven in dit gebied te versterken, start de Hanzehogeschool Groningen met verschillende partners een Kennis- en Innovatiewerkplaats.

 

Innovatiewerkplaats

 

Samen met de Gemeente Oldambt, Hochschule Emden/Leer, IHK Ostfriesland und Papenburg, Landkreis Leer en Rijksuniversiteit Groningen start de Hanzehogeschool met een grensoverschrijdende innovatiewerkplaats. In Winschoten wordt een centrale plek ingericht waar bedrijven en organisaties, studenten, universiteiten en hogescholen elkaar kunnen ontmoeten.

 

Stages en afstuderen

 

In de grensregio zijn regelmatig interessante (stage)vacatures te vinden, terwijl studenten in de studentensteden op zoek zijn naar een passende stage. Bij de nieuwe innovatiewerkplaats worden Nederlandse studenten gestimuleerd om stage te lopen en af te studeren bij bedrijven in de Duitse grensregio en Duitse studenten in Nederland.

 

Zo wordt er optimaal gebruik gemaakt van de kennis, krijgen studenten een internationale ervaring dicht bij huis én krijgen ze meer inzicht in de kansen en mogelijkheden die de regio te bieden heeft.

 

Daarnaast krijgen organisaties en bedrijven op deze manier een groter aanbod van studenten om hun openstaande vragen en vacatures te vervullen.

 

Naast bijdragen van alle partners wordt het project medegefinancierd door een subsidie van 2,5 ton van INTERREG, een Europese subsidieregeling voor ruimtelijke en regionale ontwikkeling.