economie

18 jun 2002, 00:12

Gronings onderzoek: Planning bedrijventerreinen moet drastisch worden herzien

Aan de Rijksuniversiteit Groningen is een promotie-onderzoek gehouden naar de vraag waarom ondernemers hun bedrijven verplaatsen naar andere locaties. Volgens onderzoeker Pen leggen gemeenten veel te gemakkelijk nieuwe bedrijventerreinen langs snelwegen aan. Het is veel verstandiger om bestaande bedrijfslokaties aantrekkelijker te maken, zo concludeert hij.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Oppervlakkig onderzoek naar bedrijfsmigratie heeft geleid tot inefficiënt gebruik van de schaarse ruimte. Dat is de conclusie van Cees-Jan Pen, die de beweegredenen van bedrijven om van locatie te veranderen heeft onderzocht. Hij analyseerde de interne besluitvorming en de rol die gemeenten spelen bij verplaatsingen. Als gevolg van de ontoereikende planning wordt de schaarse ruimte in Nederland in rap tempo volgebouwd met asfalt, bedrijfsterreinen en woonwijken. De glimmende bedrijfscorridors langs snelwegen zijn velen een doorn in het oog. Pen promoveert op 13 juni aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De meeste onderzoeken naar de verhuismotieven van bedrijven gaan niet verder dan de waaromvraag. Vervolgens concluderen ze dat de motieven ‘uitbreiding’ en ‘bereikbaarheid’ van doorslaggevende betekenis zijn. Cees-Jan Pen: ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat veel meer factoren een rol spelen. Als je niet doorvraagt, kom je daar niet achter. Men heeft bijvoorbeeld plannen voor een nieuwe productielijn, werkplekken blijken niet meer te voldoen aan de arbo-eisen of de inrichting is aan vernieuwing toe. Dan komt er vaak een moment waarop men zich realiseert: er moet iets gebeuren.’ Ook externe redenen spelen een rol. Zo komt het voor dat bedrijven die ooit gebouwd zijn aan de rand van een stad inmiddels omringd zijn met woningbouw. Zij krijgen vaak geen vergunning voor uitbreiding of verbouwing en dan is verplaatsing de enige optie.
Verplaatsing van een bedrijf is een zware strategische beslissing, waar veel tijd (zeker vier jaar) en geld mee gemoeid is. Geen wonder dat bedrijven vaak kiezen voor de goedkoopste oplossing: nieuwbouw en dan bij voorkeur op een zichtlocatie langs de snelweg. Dat soort locaties zijn schaars. Pen: ‘Gemeenten stellen een terrein ter beschikking zonder te weten wat de wensen van de bedrijven zijn. Toch loopt zo’n terrein snel vol, omdat bedrijven geen andere keuze hebben. Net als in de Vinexlocaties. Daar gaan mensen ook alleen wonen omdat er weinig keus is. Dat wil nog niet zeggen dat ze er zo tevreden over zijn. Toch roepen gemeenten dan al snel: kijk, het terrein is vol, men is tevreden.’
Als gevolg bestemt de overheid grote gebieden tot bedrijfsterrein zonder na te gaan of bedrijven en hun personeel daar wel naar toe willen. Pen noemt de Haarlemmermeer als voorbeeld: ‘Onder de rook van Schiphol wordt nu het ene na het andere bedrijfspand uit de grond gestampt. Het is maar de vraag of de werknemers daar wel willen en gaan wonen. Als zij liever in de omliggende gebieden blijven, moeten ze forenzen. Met als gevolg files en een nog slechtere bereikbaarheid van de bedrijven.’
In de jacht op de schaarse goede locatie willen bedrijven wel eens druk uitoefenen op gemeenten door te dreigen met vertrek. Pen: ‘Dat komt inderdaad voor. En het werkt, want gemeenten zijn daar bang voor. Ze zouden echter gewoon hun poot stijf moeten houden, want bedrijven gaan niet zo snel weg. Verplaatsen is op zich al een zware beslissing. Verhuizen naar een andere gemeente betekent dat een bedrijf op weerstand van de medewerkers kan rekenen. Die wonen vaak in de buurt en hebben geen trek om opeens veel verder te moeten reizen. Bedrijven zullen het dreigement te vertrekken naar een andere gemeente dus niet zo snel doorzetten.’
Een aanbeveling van Pen is dat gemeenten meer investeren in het plaatselijke bedrijfsleven dan geld pompen in het aantrekken van bedrijven van elders. Ook zouden gemeenten beter met elkaar moeten overleggen over het soort bedrijvigheid dat in de gemeente past. Verder adviseert hij gemeenten nauwkeuriger te berekenen hoe groot de kavels moeten zijn. Pen: ‘Huidige kavels zijn vaak te groot, waardoor bedrijven de ruimte niet optimaal gebruiken.’
Meer onderzoek naar bedrijfsmigratie is hard nodig om te voorkomen dat Nederland dichtslibt met te ruim opgezette bedrijfsterreinen. Pen vraagt zich af wat het bedrijfsleven zelf kan doen om de bereikbaarheid te verbeteren. Doen ze wel genoeg om file- en parkeerproblemen te voorkomen? Of vergroten ze de ellende juist door zich ver van openbaarvervoerfaciliteiten te vestigen in een weiland en hun medewerkers te voorzien van lease-auto’s? Ook zou hij graag zien dat er meer onderzoek komt naar intensief en zuinig ruimtegebruik door bedrijven. ‘Het is toch vreemd dat je steeds nieuwe terreinen bouwt zonder eerst te kijken wat bedrijven op hun oude locatie zouden kunnen aanpassen en of herstructurering mogelijk is. De nieuwbouw die je dan wel pleegt zou veel meer afgestemd moeten zijn op de wensen van de bedrijven.’