economie

24 okt 2010, 21:09

Aantal werkzoekenden in de provincie Groningen nagenoeg onveranderd

Eind september 2010 staan 22.188 niet-werkende werkzoekenden (nww) ingeschreven bij UWV WERKbedrijf in de provincie Groningen. Een jaar eerder waren dat nog 22.146 personen. Het aantal werkzoekenden is de afgelopen twaalf maanden met 0,1 procent gestegen. In de afgelopen maand is de werkloosheid met 0,2 procent toegenomen.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

In Nederland staan eind september 2010 488.213 niet-werkende werkzoekenden ingeschreven. Een jaar eerder waren dat 488.667 personen. De werkloosheid is in Nederland daarmee iets lager (-0,1 procent) dan vorig jaar. In de afgelopen maand is het aantal niet-werkende werkzoekenden landelijk gedaald met 0,7 procent.

Het NWW-percentage – de niet-werkende werkzoekenden uitgedrukt als percentage van de beroepsbevolking – komt eind oktober 2010 in Groningen uit op 8,5 procent. Landelijk ligt het percentage op 6,3 procent. Daarmee is het verschil tussen het Groningse en het landelijke niveau nu 2,2 procentpunt.

Noordelijke provincies
In de provincie Groningen steeg het aantal niet-werkende werkzoekenden in september licht (+0,2 procent) tot een niveau van 22.188 personen. Op jaarbasis is de omvang van het aantal niet-werkende werkzoekenden vergelijkbaar met een jaar eerder (+ 0,1 procent).
In Drenthe daalde - in vergelijking met de andere noordelijke provincies - de werkloosheid het hardst; met 1,3 procent ten opzichte van vorige maand. Op jaarbasis steeg in Drenthe het nww met 2,1 procent. Het aantal niet-werkende werkzoekenden komt daar eind september 2010 uit op 16.556 personen. De provincie Friesland komt eind september uit op 20.638 niet-werkende werkzoekenden; 0,3 procent lager dan vorige maand. De jaarstijging in Friesland bedraagt 5,5 procent.

Krapte in de techniek
De verhouding tussen het aantal openstaande vacatures bij de noordelijke Werkpleinen en het aantal kortdurend werkzoekenden (korter dan 6 maanden werkloos) geeft een indicatie van de spanning op de noordelijke arbeidsmarkt. Van krapte op de arbeidsmarkt is sprake als er veel vraag naar arbeidskrachten is en weinig aanbod van werkzoekenden; bij ruimte op de arbeidmarkt zijn de rollen omgedraaid.
De onderstaande afbeelding laat de ontwikkeling zien van de krapte-indicator (het aantal openstaande vacatures gedeeld door het aantal kortdurend werkzoekenden) voor alle beroepen en voor de technische en industrieberoepen. Veel ingeschreven werkzoekenden vallen met hun beroep van inschrijving onder de laatstgenoemde groep. Boven de zwarte lijn is sprake van een krappe arbeidmarkt en onder de lijn van ruimte op de arbeidsmarkt.